Adviseurs

‘Hoe zorgen we dat kwetsbare mensen in beeld komen?’

Gabie Conradi is Adviseur Versterking Wmo in de provincie Noord-Brabant. Vanuit het programma Aandacht voor iedereen ondersteunt en begeleidt zij samen met collega’s Saskia van den Broek en Janpeter Hazelaar Wmo-raden en lokale belangenorganisaties.

Gabie Conradi ziet dat de gemeenten in Noord-Brabant op dit moment ‘vaart willen maken’. Daarbij vergeten ze wel eens om ook naar de cliënt te luisteren. Juist Wmo-raden en belangenorganisaties kunnen helpen om gemeenten alert te houden. Gabie ondersteunt de raden en belangenbehartigers opdat ook kwetsbare inwoners goed in beeld komen. 

Adviseurs Versterking Wmo aan het woord

De adviseurs Versterking Wmo kunnen Wmo-raden en lokale belangenorganisaties op diverse manieren ondersteunen en begeleiden. Wat komen deze adviseurs van het programma Aandacht voor iedereen tegen in hun werk? Wat vragen adviesraden, belangenorganisaties en gemeenten van hen en hoe geven de adviseurs daar gehoor aan? Dat vertellen de adviseurs zelf in een serie artikelen die in de nieuwsbrieven van Aandacht voor iedereen verschijnt. De adviseurs geven antwoord op vijf vragen.

In welke gebied / gemeenten ben je als adviseur actief?

‘Ik werk in heel Noord-Brabant. Samen met Saskia van den Broek en Janpeter Hazelaar voorzie ik Wmo-raden en belangenbehartigers van informatie en ondersteun ik hun proces richting beleidsmakers. In de Dongemondgemeenten werk ik bijvoorbeeld mee aan netwerkbijeenkomsten mantelzorg, in de Meijerijgemeenten overleg ik met de voorzitters van de Wmo-raden.’

Hoe bereiden de gemeenten in je werkgebied zich voor op de mogelijke decentralisaties?

‘Er wordt in Brabant heel hard gewerkt, men wil graag de zaken op orde krijgen. Wat ik wel merk is dat men daarbij soms de cliënt vergeet te betrekken. Voor een werkgroep worden dan alleen professionals uitgenodigd. Ik zie mooie voorbeelden van gemeenten met een grote betrokkenheid van hun Wmo-raad, maar soms zijn de intenties er wel, maar lukt het gewoon niet. Toch, als mensen in een vroeg stadium input kunnen geven, zie je dat beleid en uitvoering beter aansluiten bij hun behoeften. In de praktijk merk ik dat gemeenten en ervaringsdeskundigen elkaar soms verrassend makkelijk kunnen vinden: dan wordt het “wij zoeken samen naar goede oplossingen” en niet meer “zij, van de gemeente”. Zo zoekt men in de Dongemondgemeenten en in Someren naar aansluiting met de organisaties van mensen met een beperking. Kantelen als gezamenlijk proces..’

Wat is de meest gestelde vraag van Wmo-raden aan jou als adviseur? En kun je deze vraag beantwoorden?

‘Eigenlijk komt de vraag naar contact met de achterban als rode draad naar boven. Dat blijkt niet altijd even gemakkelijk voor een Wmo-raad. Waar moet je prioriteiten leggen? Praten met je achterban? Zorgen voor contact met de mensen waarover het gaat zodat je echt weet wat er speelt in de praktijk? Voor mij is daarin meedenken een mooie uitdaging, zeker omdat ik geloof in de waarde van de inbreng van cliënten.

Wat is de meest gestelde vraag van lokale belangenbehartigers aan jou als adviseur? En kun je deze vraag beantwoorden?

‘Lokale belangenbehartigers zoeken naar geschikte manieren om aandacht te vragen voor hun zorgen. De beste passende weg is afhankelijk van de belangenorganisatie die onze hulp inroept en van de gemeente waarin zij werkt. We leggen het politieke spel uit. We laten zien dat er vele wegen zijn om aandacht te vragen voor zaken waarover ze zich zorgen maken. Daarbij is volgens mij het belangrijkst om in gesprek te komen. Als mensen elkaar echt ontmoeten, kunnen dingen veranderen. Er ontstaat begrip voor elkaar. Dat leidt dan tot nadenken over antwoorden, mogelijke oplossingen of gewoon ruimte om mensen zelf hun oplossingen te laten vinden.’

Welke doelgroepen moeten meer in beeld komen?

‘Doelgroepen… Volgens mij gaat het primair om maatwerk op het niveau van het individu. Maar ik zou willen dat mensen die zich niet zo goed kunnen laten horen en voor wie de veranderingen grote gevolgen kunnen hebben, dat die meer in beeld komen. Vaak gaat het om mensen met een (lichte) verstandelijke beperking, mensen met psychische problemen, mensen met NAH. Zonder ze nu als groep te bestempelen, hebben ze wel een aantal zaken gemeenschappelijk. Het zijn mensen die moeite hebben om de dagelijkse gang van zaken te volgen, hun leven op de rit te houden. Vaak zijn het mensen met een vrij klein en kwetsbaar netwerk. Ze willen één aanspreekpunt: één visitekaartje op de koelkast.
Soms is bundeling regionaal noodzakelijk om dit soort zaken goed over het voetlicht te krijgen. Een voorbeeld daarvan is de start van de werkgroep Wmo VG in Zuidoost Brabant, waar AVI samen met MEE Zuidoost Brabant en Zorgbelang Brabant bijeenkomsten “Kijken met de ogen van de burger” organiseert. Ervaringsdeskundigen en mantelzorgers gaan aan thematafels in gesprek met beleidsmakers.
Eigen kracht en eigen regie zijn prachtige woorden, maar we moeten ook oog hebben voor die mensen die nu juist moeite hebben met het inzetten van die eigen kracht, die afhankelijk zijn en zich afhankelijk voelen.’