Adviseurs

Participatiewet gaat Wmo in de flank raken

De decentralisaties gaan de finale fase in. Alles draait om participeren en meedoen. Maar er is een andere kant. Hoe worden de uitvallers van de Participatiewet opgevangen? Gemeenten zullen via de Wmo passende voorzieningen moeten bieden om zinvol en duurzaam te kunnen participeren. Kunnen ze dat wel aan?

De decentralisatie van de AWBZ gaat de finale fase in en staat centraal in de lokale beleidsplannen en verordeningen Wmo 2015. De nieuwe taken voor de gemeenten zoals begeleiding en cliëntondersteuning worden concreter en de aanbestedingen zijn uitgezet. De Kanteling is het uitgangspunt. Meer zelfredzaamheid en regie voor cliënt en burger.
Er komt een sterke nadruk op de informele zorg, waarbij vrijwilligers en mantelzorgers de sleutel naar succes moeten zijn. Participeren en meedoen in de samenleving zijn de kernwoorden. De decentralisatie Jeugdzorg loopt parallel aan de decentralisatie Wmo. De samenhang en overloop zijn hier duidelijk. Tot de leeftijd van 18 jaar is het Jeugdzorg. Dan gaat het over naar de Wmo. In de visie van veel gemeenten zijn de drie decentralisaties (+ passend onderwijs) integraal onderdeel van het Sociaal Domein. Zorg – Jeugd – Werk lopen kris kras door elkaar. Bij Zorg en Jeugd zijn de kaders helder. De decentralisatie met de Participatiewet staat nog te veel op zich zelf.
Participatie is een containerbegrip en heeft twee kanten. Enerzijds de arbeidsmarkt met een economisch doel. Zoveel mensen als mogelijk, die moeilijk aan een baan kunnen komen, een reguliere arbeidsplaats bieden. Dat is de opdracht voor de regionale Werkbedrijven. Een samensmelting van sociale werkvoorziening, sociale dienst en UWV. De vraag van ondernemers en bedrijven met vacatures is leidend. So far, so good.

Maar dan die andere kant. Op de arbeidsmarkt zijn er voor mensen die tussen 30-60% van de ‘normale’ arbeidsprestatie halen - anders gezegd: mensen met een loonwaarde tussen 30-60% - vast wel arbeidsplaatsen te vinden. Als de economie de weg naar boven blijft vinden, zullen die plaatsen zeker gecreëerd worden. Desnoods met de inzet van de voorliggende boete (quotum) voor bedrijven waar het niet lukt.
Maar wat gebeurt er met de uitvallers en de groep met een loonwaarde minder dan 30%? Die vallen gewoon uit het systeem van de reguliere arbeidsmarkt en zullen opgevangen moeten worden. En dan komt de Wmo in beeld. Dat wordt een probleem voor passende voorzieningen om zinvol en duurzaam te kunnen participeren. Denk aan (arbeidsgerichte) dagopvang, vrijwilligerswerk, werkervaringsplaatsen, maatschappelijke dienstverlening en het noodzakelijke vervoer. Zowel de ondersteuning, de noodzakelijke begeleiding als de gewenste voorzieningen staan zwaar onder druk.
De financiering is en blijft een knelpunt. De budgetten van de Participatiewet zullen voor kansrijke trajecten naar betaald werk worden ingezet. De kaders zijn daarvoor vastgesteld. Het moet voldoen aan de criteria van efficiency en doelmatigheid. Het budget voor de uitvoering Wmo staat al in de min. Dat wordt dus een immense klus voor de gemeenten om deze opgave binnen de Wmo uit te voeren.

Of ik daar als AVI-adviseur Versterking Wmo nu een goed gevoel bij krijg …?

 

Janpeter Hazelaar, Adviseur Versterking Wmo Noord-Brabant en Limburg