Adviseurs

Tips en ervaringen met regionalisering

Gemeenten gaan steeds vaker regionaal samenwerken. Overal in het land zien we Wmo-raden en belangenbehartigers passende antwoorden en oplossingen zoeken. In dit artikel tips en aandachtspunten van Wmo-raden in Zuid-Holland.

Een recente inventarisatie door programma Aandacht voor iedereen liet zien dat gemeenten en zorgaanbieders steeds vaker regionaal gaan samenwerken. Veel beleidsbeslissingen die samenhangen met de drie decentralisaties worden op regionaal niveau genomen.
Gemeenten werkten natuurlijk al langer samen, bijvoorbeeld rond de (O)GGZ. Maar nu vraagt bijvoorbeeld ook de Jeugdwet om regionale samenwerking. Daarnaast hopen gemeenten dat het opschalen naar de regio op sommige beleidsterreinen ook zal leiden tot een kostenbesparing.
Voor veel belangenbehartigers en Wmo-raden leidt deze regionalisering tot nieuwe vragen rond beleidsbeïnvloeding en samenwerking. Overal in het land zien we Wmo-raden en belangenbehartigers die passende antwoorden en oplossingen zoeken. In de AVI-nieuwsbrief gaan we de komende tijd in op hun ervaringen. Hieronder een aantal tips en aandachtspunten uit Zuid-Holland. 

Tips bij regionale samenwerking

De regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden bestaat uit zes kleinere gemeenten in Zuid-Holland Zuid. Deze gemeenten werken samen aan de drie decentralisaties. Rondom de decentralisatie van de AWBZ was er een werkgroep van afgevaardigden van de betrokken Wmo-raden. Na een aantal maanden voorbereiding is er nu ook een regionaal overlegorgaan waarin de betrokken Wmo-raden samenwerken voor de drie transities. Zij willen samen optrekken bij regionale thema’s, om zo de lokale advisering te versterken.
De ervaringen van de afgelopen maanden leveren de volgende tips op voor Wmo-raden die overwegen om de onderlinge samenwerking te versterken: 

  • Richt je vooral op die inhoudelijke thema’s, die voor alle Wmo-raden relevant zijn.
  • Laat de structuur en werkwijze volgend zijn aan deze inhoudelijke thema’s.
  • Zorg ervoor dat je vooraan in het beleidsproces een positie hebt of verwerft bij de gemeenten, zodat je invloed groter is en er voldoende tijd is om lokaal zaken te overleggen.
  • Zorg ervoor dat er een goede lokale verankering is als je regionale samenwerking opstart:
    • advisering vindt allereerst of alleen lokaal plaats
    • een lokale achterban(raadpleging) is de legitimiteit voor een goed advies
    • de lokale raad moet de regionale samenwerking dragen.
    • Maak gebruik van elkaars verschillen: de ene raad heeft een afgevaardigde van een doelgroep, de andere heeft juist kennis van een bepaald thema. Dat kan elkaar aanvullen.
    • Verdeel de tijd en de taken zodat het voor alle betrokkenen werkbaar en leuk blijft.
    • Kijk of je gezamenlijk ondersteuning of deskundigheidsbevordering kunt krijgen, bijvoorbeeld vanuit AVI.

Aandachtspunten bij samenwerking

De zes Drechtstedengemeenten in Zuid-Holland werken vooral samen om vorm en inhoud te geven aan de decentralisatie van de AWBZ naar de Wmo. Een van de onderdelen hierin is de burger- en cliëntenparticipatie. Dilemma’s die hierbij een rol spelen zijn:

1. Niveau van participatie

Op welk niveau moet de participatie plaatsvinden? Het beleid wordt voornamelijk regionaal gemaakt, maar de uitvoering vindt vooral lokaal en op wijkniveau plaats. Kiezen we als gemeenten en Wmo adviesraden voor één regionale adviesraad voor zes gemeenten of behouden we zes lokale raden?

2. Breedte van het sociale domein

Moet er één brede adviesraad komen die zowel over de Wmo, de zorg voor jeugdigen als de Participatiewet adviseert? Of kiezen we voor drie adviesraden met ieder een eigen aandachtsgebied? Hoewel er overlap is tussen de drie beleidsterreinen, is uit onderzoek gebleken dat het grootste deel van het zorggebruik enkelvoudig is. Is daarom goede samenwerking tussen de raden wellicht voldoende?

3. Mate van participatie

Bij cliëntenparticipatie wordt verschil gemaakt in mate van participatie: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren, meebeslissen en zelfbeheer. Op welke trap van de participatieladder willen de samenwerkende adviesraden staan? Onderaan, dat wil zeggen alleen informeren? Of bovenaan, alles in zelfbeheer? Of ergens er tussen in?

4. Samenstelling

Er bestaan grote verschillen in samenstelling tussen adviesraden. Soms bestaat een adviesraad uit ervaringsdeskundigen, soms juist uit beleidsdeskundigen. Waar kiezen de samenwerkende raden voor: voor de ervaring van de mensen die zorg en ondersteuning krijgen of voor mensen die de beleidsstukken van de gemeente kunnen doorgronden? En moeten alle doelgroepen vertegenwoordigd zijn of moet een adviesraad juist bestaan uit burgers?

5. Formeel/informeel

Kiezen we voor een regionale adviesraad die formeel blijft binnen de adviesvragen en beleidsontwikkeling van de colleges of kiezen we voor een raad die ‘er op af’ gaat om te weten wat er leeft in de betrokken gemeenten. Of kiezen we voor een combinatie?

Tot slot

De samenwerking in Zuid-Holland maakt zeker één ding duidelijk. Er zijn geen standaardoplossingen voor regionale samenwerking. Niet alleen zijn er grote verschillen tussen regio’s, maar ook de insteek van de samenwerkende gemeenten kan sterk uiteenlopen. Daarnaast speelt natuurlijk ook de aard en de samenstelling van de betrokken Wmo-raden een belangrijke rol. Juist vanwege die grote verschillen, willen wij de ervaringen van samenwerkende Wmo-raden graag delen via de AVI-nieuwsbrief. Wilt u uw verhaal kwijt, neem dan contact op met het secretariaat van Aandacht voor iedereen: T 030 720 0012 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Auteurs: Mariëtte Teunissen en Inge van Dommelen, AVI-adviseurs in Zuid-Holland