Adviseurs

“Ik krijg steeds vaker vragen over regionale samenwerking”

Yvonne Steemers merkt dat gemeenten steeds vaker regionaal gaan samenwerken. “Enerzijds is er nog steeds veel behoefte aan procesbegeleiding: hoe word ik een betere Wmo-raad of belangenbehartiger? Maar tegelijkertijd krijg ik ook steeds meer vragen over de regionale samenwerking van gemeenten. Wat betekent dit voor de Wmo-raad?” Yvonne helpt de raden om in hun regio’s samen de juiste antwoorden te vinden.

Adviseurs Versterking Wmo aan het woord

De adviseurs Versterking Wmo kunnen Wmo-raden en lokale belangenorganisaties op diverse manieren ondersteunen en begeleiden. Wat komen deze adviseurs van het programma Aandacht voor iedereen tegen in hun werk voor Wmo-raden en lokale belangenorganisaties? Wat vragen raden en organisaties van hen en hoe geven de adviseurs daar gehoor aan? Dat vertellen de adviseurs zelf in een serie artikelen die in de nieuwsbrieven van Aandacht voor iedereen verschijnt. Dat doen de adviseurs door antwoord te geven op vijf vragen.

In welke gebied ben je als adviseur actief?

“Ik werk als adviseur in de hele provincie Noord-Holland. Dat doe ik samen met twee andere adviseurs van het programma Aandacht voor iedereen.”

Hoe bereiden de gemeenten in het werkgebied zich voor op de mogelijke decentralisaties?

“Al zijn er veel verschillen tussen gemeenten, er is toch een duidelijke trend in de richting van regionale samenwerking. Ik ben aanwezig bij de verschillende overlegsessies en is spreek daar niet alleen met Wmo-raden, cliëntenraden en belangenbehartigers, maar ook met ambtenaren.
Kijk bijvoorbeeld naar de regio Gooi- en Vechtstreek. Daar werken nu negen gemeenten samen om de nieuwe cliëntgroepen in beeld te brengen. Niet door onderzoek te doen, maar door gebruik te maken van bestaande bronnen. Zo hebben ambtenaren hebben contact gezocht met AVI over de cliëntenmonitor. Ook dagen zij de betrokken Wmo-raden uit om met ideeën en voorbeelden te komen voor vernieuwing. Ik ben gevraagd om enkele Wmo-raden hierin te ondersteunen en om verbindingen te leggen met cliëntenvertegenwoordigers.
In de Kop van Noord-Holland hebben vier gemeenten samen een regionale visie gepresenteerd op de samenwerking in het Sociale Domein. De Wmo-raden, belangenbehartigers en cliëntenraden in de regio hebben tijdens een inspraakavond hun vragen kunnen stellen en opmerkingen kunnen maken. In een later stadium krijgen de Wmo-raden ook nog hun formele inspraakkans.
En de gemeenten in Zaanstreek Waterland organiseren gezamenlijk een reeks verdiepingssessies waar ambtenaren, Wmo-raden en belangenbehartigers brainstormen over de toekomstige uitvoering van de Wmo.”

Wat is de meest gestelde vraag van een Wmo-raad aan jou als adviseur? En kun je deze vraag beantwoorden?

“De vragen die ik krijg zijn heel divers. Met wil bijvoorbeeld een presentatie over de gevolgen van het regeerakkoord of een uitleg over de Kanteling. Ook is gevraagd of ik kan helpen bij het inventariseren van het netwerk van een Wmo-raad met behulp van ons diagnose-instrument, zodat de raad weet hoe ze het beste kan optrekken met belangenbehartigers en cliëntenraden. Daarnaast vroeg men of ik inhoudelijke ondersteuning kon leveren bij werving en selectie van nieuwe Wmo-raadsleden en ik was betrokken bij de evaluatie en positiebepaling van een Wmo-raad. Ook leuk was het verzoek om mee te denken over de innovatie van een Wmo-raad.
Over het algemeen lukt het goed om aan deze vragen van Wmo-raden te voldoen. Veel vragen leiden tot een traject van procesbegeleiding dat zich vooral richt op evaluatie, positiebepaling en innovatie.”

Wat is de meest gestelde vraag van lokale belangenbehartigers aan jou als adviseur? En kun je deze vraag beantwoorden?

“Belangenbehartigers vragen in eerste instantie vooral informatie. Die vragen zijn vaak te beantwoorden door een presentatie op door hen georganiseerde bijeenkomsten. Als de informatievraag is beantwoord, blijkt dat men meer of beter met de Wmo-raad wil samen werken. De informatiebehoefte gaat dan over in procesbegeleiding, bijvoorbeeld gericht op het vormen van regionale netwerken.”

Welke doelgroepen moeten meer in beeld komen?

“Eigenlijk merk ik dat alle nieuwe cliëntgroepen nog onvoldoende in beeld zijn. Ik werk in Noord-Holland hard aan het leggen van contacten met deze groepen om zo samen met Wmo-raden hun behoeften en zorgen in beeld te brengen. Dat is belangrijk omdat ook zij in de toekomst voor hulp of begeleiding aangewezen zullen zijn op de gemeente.
Daarnaast vragen cliëntenraden op dit moment vaak hoe het gaat met de medezeggenschap van hun achterban na de decentralisaties. Nu hebben cliëntenraden in het kader van de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ) nog uitgebreid adviesrecht op heel veel onderwerpen. Maar hoe moet dat straks? Ik zie dat ook op dit terrein verbindingen tussen gemeenten, Wmo-raden en cliëntenraden van groot belang zijn.”