Adviseurs

“Regionaal wat moet, lokaal wat kan”

SAMENWERKING WMO-RADEN RIVIERENLAND

“Als je goed wilt adviseren, moet je vanaf het begin aan tafel zitten,” aldus Alhard Hungerink van het Netwerk Wmo-raden Rivierenland. “We zagen dat steeds meer zaken op regionaal niveau voorbereid worden en daarom zijn we ook als Wmo-raden regionaal gaan samenwerken.”

Alhard Hungerink is vicevoorzitter van de Wmo-raad in Buren. Ruim anderhalf jaar geleden was hij op een bijeenkomst van Wmo-raden in de regio Rivierenland. Daar liet Zorgbelang Gelderland op overtuigende wijze zien dat er op steeds meer terreinen door gemeenten wordt samengewerkt. “Ik realiseerde me toen dat onze Wmo-raad zich tot dan toe vooral als lokale adviesraad opstelde. Logisch, want onze achterban zit toch vooral in onze eigen gemeente. Ik ben dat toch gaan onderzoeken en ik zag dat onze adviesfunctie door de gemeente zeker serieus genomen werd. Maar pas aan het eind van het proces. Zouden we zo blijven werken, dan zouden we op al die bovenlokale terreinen niet meer meedenken, maar alleen advies kunnen geven op kant-en-klare voorstellen. Niet erg effectief en zeker niet positief. Voor ons zou slechts een rol als ‘pain in the ass’ overblijven. Dat leek me weinig zinvol.”

Aan tafel

Ondersteund door Joke Stoffelen, adviseur voor het programma Aandacht voor iedereen en Zorgbelang Gelderland, stelden Alhard en andere betrokken Wmo-raadsleden vast dat de raden formeel geen enkele rol spelen op regionaal niveau. De gemeenten spraken met elkaar in programmaraden, maar die vergaderingen waren niet openbaar. “Maar als je goed wilt adviseren, moet je vanaf het begin aan tafel zitten. Dat gaat echter niet vanzelf. We wilden niet wachten op een vraag om aan te schuiven. Daarom zijn we met de tien Wmo-raden in de regio Rivierenland bij elkaar gaan zitten. Het leek ons goed om onze krachten te bundelen en informatie en kennis te delen. Niet alleen met elkaar, maar ook met de betrokken gemeenten. Op die manier zouden ze regionaal van een veel grotere expertise gebruik kunnen maken. Daarom melden we ons gewoon aan. We nodigden ons zelf uit. Joke Stoffelen, lid van het regionale platform Zelfredzaam dat de transities regionaal vorm geeft, heeft daarbij voor ons de weg geëffend. Het is daarna eigenlijk heel soepel gelopen: op dit moment zijn wij volwaardig lid. Daarmee zijn wij als Netwerk Wmo-raden Rivierenland dé gesprekspartner voor de gemeenten geworden.”

Leren samenwerken

Alhard Hungerink benadrukt dat je er niet bent met aan tafel zitten: je moet ook goed kunnen adviseren. Dat betekent bijvoorbeeld dat je moet kunnen spreken namens de andere Wmo-raden in de regio. “Het heeft ruim een jaar geduurd vanaf de eerste oriënterende bijeenkomst met Zorgbelang Gelderland tot het ondertekenen van de formele samenwerkingsovereenkomst tussen de betrokken Wmo-raden. We begonnen met verkennende gesprekken. Gewoon, om elkaar beter te leren kennen. Maar ook om te kijken tot hoe ver we samen zouden optreden en voor welke onderwerpen elke raad zelf verantwoordelijk blijft. De Wmo-raden staan dichtbij hun eigen achterban, de mensen in hun eigen gemeenten. Dat moet zo blijven. Als samenwerkingsverband adviseren we daarom over de grotere beleidslijnen, terwijl de Wmo-raad adviseert over de uitvoering in de eigen gemeente. Joke Stoffelen heeft ons als onafhankelijke buitenstaander goed ondersteund bij onze stappen op weg naar samenwerking.”
“Na de verkenningsfase, hebben we in een paar maanden de formele kanten van het netwerk geregeld. Als officieel samenwerkingsverband wordt je namelijk net iets serieuzer genomen. En om goed gestructureerd te kunnen werken, heb je werkafspraken nodig. Zo hebben we een aantal expertgroepen ingesteld die onze adviezen moeten voorbereiden. Leden van de betrokken Wmo-raden kiezen zelf of ze van zo’n expertgroep lid willen worden: trekt het onderwerp je? Heb je er verstand van? Voel je je betrokken als ervaringsexpert?“

Tips:
  • Ga ervan uit dat regionale samenwerking tussen gemeenten een feit is. Of je het nu wilt of niet, het heeft geen zin om je daar tegen te verzetten.
  • Zoek een neutrale procesbegeleider als je wilt gaan samenwerken. Zoek met hem of haar samen naar wat je gemeenschappelijk hebt en ga aan de slag met gedeelde belangen. Concentreer je op wat je met elkaar deelt en niet wat je van elkaar scheidt.
  • Probeer om niet iedereen te vertegenwoordigen. Beperk je tot een overzichtelijk aantal terreinen en spreek op die terreinen met de betrokken maatschappelijke organisaties en ervaringsdeskundigen.
  • Laat zien wie je bent. Maak duidelijk waar je voor staat. Geef dus ook aan wat je niet doet en dat je niet op de terreinen van andere organisaties komt. Je bent een adviesraad, geen belangenorganisatie.
  • Stel je constructief op. Je wordt alleen een volwaardig gesprekspartner als je je ook inleeft in de wereld van de andere partijen die aan tafel zitten (wethouder, ambtenaar, raadslid).

Groeinota Jeugdzorg

“Ook al zijn we nog maar kort bezig, we hebben ons eerste resultaat al geboekt,” vertelt Alhard Hungerink. “Onze voorstellen voor het proces rond de regionale Groeinota Jeugdzorg zijn overgenomen. De nota zelf was nog te algemeen om een inhoudelijk advies over te geven, maar we hebben met onze procesafspraken wel laten zien dat we een zinnige inbreng kunnen hebben aan het begin van het beleidsproces. Duidelijk is nu dat de contouren van jeugdzorg weliswaar regionaal worden georganiseerd, maar dat de uitvoering zoveel mogelijk bij de betrokken gemeenten komt te liggen. Een mooi resultaat omdat we daarmee aan de Wmo-raden laten zien dat we het samen kunnen, en omdat we aan de tien betrokken gemeenten laten zien dat ze nu geen tien losse adviezen krijgen, maar één samenhangend advies: regionaal wat moet, maar lokaal wat kan.”