Adviseurs

In gesprek met ggz-cliëntenraden en cliëntenorganisaties

“Als een gemeente of Wmo-raad écht wil, dan hoeft de ggz geen moeilijk bereikbare groep te blijven.” Mieke Biemond, adviseur Aandacht voor iedereen, vertelt over haar ervaringen met het betrekken van de ggz-doelgroep bij de decentralisaties.

“Je kunt op tal van manieren in contact komen met mensen met een psychiatrische aandoening,” aldus Mieke Biemond. “Mijn ervaring is dat het door hen zeer gewaardeerd wordt als een gemeente of Wmo-raad moeite voor hen doet. In mijn contacten zie ik ook een aantal inhoudelijke lijnen naar voren komen. Zo vinden veel mensen met een ggz-achtergrond dat de gemeente er niet vanuit moet gaan dat familie en vrienden wel beschikbaar zijn, bijvoorbeeld als mantelzorger. Zeker omdat er nogal eens sprake is van verstoorde familierelaties. Regelmatig wordt ook het belang van de beschikbaarheid van een ‘eigen plek’ en – vanwege de vooroordelen – van voorzieningen buiten de eigen buurt benadrukt.”

Verbindingen leggen

“Ik was laatst in gesprek met een ambtenaar. Hij merkte op ‘Goh, wat fijn dat jullie ons kunnen helpen met het leggen van verbindingen met vertegenwoordigers van mensen die gebruik maken van AWBZ-begeleiding. Maar hebben jullie ook contacten met ouderenbonden?’ Mijn reactie was, dat we die contacten inderdaad hebben, maar weet u wel dat in uw gemeente de ouderen die begeleiding krijgen in de minderheid zijn, en dat een derde van de mensen om wie het gaat, mensen met psychiatrische problematiek zijn en een derde zijn mensen met een verstandelijke handicap? Nee, dat had hij zich niet gerealiseerd en het was ook niet het beeld dat hij via de media kreeg.”

“Een tijdje later had ik contact met de cliëntenraad van een ggz-instelling. Zij vroegen mij om uit te komen leggen wat dat nu precies is, AWBZ-begeleiding. In de ggz krijgen mensen namelijk verschillende soorten ‘begeleiding’ en het is niet altijd even duidelijk waar dat onder valt. Soms is het zorg die valt onder de Zorgverzekeringswet. Soms valt het onder de AWBZ.

Belangrijker echter was is het signaal dat ze afgaven: als raad van zes personen kunnen ze onmogelijk met 12 verschillende gemeenten contacten onderhouden. Had ik daarvoor misschien een oplossing? Mijn suggestie: misschien iets voor de oud-leden van de cliëntenraad, of andere contacten?“

“Overigens lijken Wmo-raden ook niet altijd open te staan voor mensen met een ggz-achtergrond,” aldus Mieke. “Iemand vertelde me laatst dat hij als ‘ggz-cliënt’ solliciteerde op een vacature in een Wmo-raad, maar afgewezen werd. Sommige Wmo-raden geven namelijk aan dat ze geen ‘gebruikersraad’ zijn, maar dat ze zoeken naar - in de praktijk vaak hoogopgeleide - mensen die vanuit een helicopterview kunnen kijken naar de beleidsstukken. Ik vraag ze dan altijd wel hoe zij de signalen en wensen van gebruikers meenemen in hun adviezen.”

“Onlangs, tijdens een bijeenkomst met herstelwerkgroepen van een ggz-instelling en een groot aantal Wmo-raden en professionals, werden een aantal openhartige ervaringsverhalen gedeeld. Over hoe het is om in de put te zitten en er daarna gelukkig weer uit te komen en over persoonlijke ervaringen met vooroordelen. Door deze informele contacten leerden mensen elkaar kennen en kunnen zij elkaar in het vervolg beter vinden.”

“Ik heb ook meegewerkt aan een regionale bijeenkomst voor cliëntenraden en lokale raden van het RIBW en voor de vrijwilligers van het actieve cliënten- en gehandicaptenplatform. We organiseerden een speeddate-sessie met verschillende sprekers. Zij moesten zich kort voorstellen op een zeepkist, ook de betrokken gemeenteambtenaar. Zo kwam het thema ‘Wmo’ tot leven. Niet meer vaag en ver-van-mijn-bed, maar directe zorgen over de nabije toekomst: houd ik mijn begeleiding nog wel? Door deze bijeenkomst kreeg het ggz-panel van het platform veel input voor hun contacten met de gemeente.”

Mieke constateert dat de ggz-doelgroep ten onrechte als moeilijk bereikbaar wordt bestempeld. “Als ik terugkijk naar al die bijeenkomsten waar ik betrokken bij ben geweest, dan zie ik dat echt contact met ggz-gebruikers goed mogelijk is. Als AVI-adviseur merkte ik dat als een gemeente of Wmo-raad écht wil, dit geen moeilijk bereikbare groepen hoeven te blijven. Natuurlijk, soms kost dat misschien wat extra moeite. Maar als die gemeente of die raad dat ervoor over heeft, dan zijn plezierige en zeer informatieve overleggen mogelijk. Kijk bijvoorbeeld naar de gemeente Apeldoorn. Deze gemeente organiseerde zelf al informatiebijeenkomsten voor ggz-cliënten. Op verzoek van de Wmo-raad organiseerde AVI daar twee op de ggz-doelgroep gerichte bijeenkomsten rond de inspraaknota Begeleiding. Met de cliëntenraden van een aantal (o)ggz-instellingen, een familieraad én met cliënten die zich duidelijk uitspraken op de avonden van de gemeente, bespraken we op welke onderdelen uit de nota zij wilden reageren. De gemeente liet later weten dat zij het gezamenlijke commentaar een heldere en bruikbare inspraakreactie vond.”

Wensen en behoeften

Door al haar contacten kreeg Mieke een beter zicht op de inhoudelijk wensen en behoeften van mensen met een ggz-achtergrond: “Cliënten en cliëntenraden betwijfelen of gemeenten gelijk hebben, als er ervan uitgaan dat er best wat vaker een beroep gedaan kan worden op familie en vrienden. Een ander punt is dat ik vaak hoor dat men niet uitsluitend aangewezen wil zijn op reguliere buurtcentra, maar dat de ggz-groep ook een ‘eigen plek’ wil houden. En een aantal mensen vroeg zich af of mensen uit de ggz werkelijk in hun eigen buurt naar een voorziening zullen gaan, als ze denken dat de buitenwereld daardoor kan zien zij cliënt zijn van een ggz-instelling? Grote zorgen zijn er ook. Wat gaat er gebeuren met de huidige voorzieningen en instellingen die begeleiding bieden? Vooral voorzieningen waar mensen erg tevreden over zijn, zullen toch niet zomaar dichtgaan? En hoe zit dat met de gemeente die wil dat er ‘een tegenprestatie wordt geleverd’? ‘Dat lukt toch nooit als we een slechte dag hebben en de druk om zoiets te moeten, waarschijnlijk averechts’.”

Volgens Mieke zijn mensen ook bang voor het sluiten van dagactiviteitencentra voor de ggz. “De financiering daarvan wordt steeds moeilijker maar het is wel een voorziening die voor veel cliënten en familie van belang is. Onderdeel is vaak een inloop. De inloopfunctie, waarvoor geen indicatie nodig is, wordt nu nog gefinancierd vanuit de AWBZ. Wat gebeurt er na de decentralisaties?”

Wat Mieke overal hoorde was hoe onzeker mensen zijn: “Mensen met een psychiatrische aandoening zijn bezorgd zijn over hun toekomst. Ze weten wat ze nu hebben en weten niet wat er straks voor in de plaats komt. En ze zijn bang dat gemeenten niet voldoende kennis hebben om met hun specifieke achtergrond rekening te houden. Ze vrezen onbegrip over de inzet van mantelzorgers en onbekendheid met het effect van ‘goede en slechte dagen’. Ze denken gemeenten geen gevoel hebben voor de vooroordelen waar mensen met een ggz-achtergrond vaak tegenaan lopen. Vaak willen ze best gebruik maken van algemene voorzieningen, maar ze willen dat – als dat nodig is – er ook voorzieningen zijn waar ze ‘onder elkaar’ kunnen zijn.”

Meer informatie

Binnen Aandacht voor iedereen is er een aantal adviseurs met veel ervaring en kennis met van de ggz-doelgroep. Zo is Mieke Biemond vooral actief in Gelderland, terwijl Rita van Maurik beschikbaar is voor alle cliënten- en familieraden uit de (o)ggz.

Meer informatie: Mieke Biemond, Adviseur Versterking Wmo Gelderland